[Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad]

De nieuwe top van Kalkmarkt 7:
in 4 maanden gehakt

Stadsherstel houdt zich sinds 1956 bezig met behoud en restauratie van bedreigde woonhuismonumenten en bezit in Amsterdam meer dan 400 panden die bijna allemaal zijn gerestaureerd. Vooral veel hoekhuizen zijn eigendom van de restaurerende instelling. Het opknappen van hoekhuizen heeft een dubbel effect op de omgeving, omdat het een uitstraling naar twee wanden heeft.

Stadsherstel is op 1 januari 2000 gefuseerd met een andere particuliere instelling, actief in de Amsterdamse monumentenzorg: het Amsterdams Monumenten Fonds (AMF). Het AMF richt zich sedert 1989 op behoud en restauratie van veelal grotere monumentale gebouwen die niet geschikt zijn voor bewoning.

Voorgevel met rechte kroonlijst in mei 1998 (foto Walther Schoonenberg) Nieuw gehakte topgevel

Een voorbeeld van de bijdrage, welke Stadsherstel levert aan de complexe opgave van het restaureren en instandhouden van het unieke en historische karakter van Amsterdam is het woonhuis Kalkmarkt 7, dat in 1978 in haar bezit kwam. Het statige patriciërshuis uit 1730 ligt niet in de grachtengordel, maar in de oude havenbuurt, het vroegere Open Havenfront, nabij het Oosterdok. Met de komst van het Centraal Station en de afsluiting van de stad van het IJ is de buurt er sterk op achteruitgegaan, terwijl het spoorwegstation juist was bedoeld om de binnenstad van de ondergang te redden. De verbreding van de Prins Hendrikkade tot een brede verkeersweg, ten koste van vele meters water, was de volgende stap. De buurt aan de voet van de Montelbaanstoren, de Binnenkant en de Kalkmarkt, bestaat echter nog steeds uit vele fraaie woonhuismonumenten, in geen enkel opzicht verschillend van de grachtenhuizen van de hoofdgrachten. Kalkmarkt 7 is een in oorsprong zeventiende-eeuws pand dat in 1730 ingrijpend werd verbouwd: het patriciërshuis kreeg toen een bijzonder rijk in- en exterieur in Lodewijk XIV-stijl. Er werd een rijk gebeeldhouwde halsgevel gemaakt met op het afsluitende fronton een borstbeeld. In het interieur werd een marmeren gang met stucwerk en kamers met betimmeringen gemaakt. Ook schilderstukken aan plafonds, wanden, boven deuren en op schoorsteenboezems zullen niet ontbroken hebben.

Stadsherstel trof in 1978 een uitgewoond pand aan, waarvan de originele top niet meer aanwezig was. Mogelijk ving Kalkmarkt 7 met één van de hoogste toppen van de Kalkmarkt te veel wind van het Open Havenfront en vond men de onderhoudskosten te hoog om de zware top te behouden. De gevel werd in circa 1900, zoals vele andere, “onthalsd”: de halsgevel werd vervangen door een rechte houten kroonlijst. Wel aanwezig is de fraaie stoep met flesbalusters. Ook in het interieur bleven nog vele originele elementen aanwezig. De gang met marmeren vloer en lambrisering is rijkelijk versierd, onder andere met een draperie in stucwerk en een stucwerk-reliëf met alliantiewapen en twee putti. Aan beide zijden van de gang bevinden zich deuren, maar aan de rechterzijde zijn het schijndeuren om een symmetrisch effect, typerend voor de Lodewijk XIV-stijl, te bereiken. De voorkamer heeft nog de fraaie betimmeringen, zoals een dubbele deur naar de achterkamer en een gesneden plafond met zware lijsten. Even dacht men een overgekalkt plafondstuk aan te treffen, maar het aan het plafond gespannen doek bevatte geen schildering. In het achterhuis werden de restanten van een achttiende- eeuwse keuken met in de kastenwand een bedstede aangetroffen. Op een schouw in het achterhuis bevond zich een klein schilderstuk, een zogenaamd boezemstukje, maar dit is door Stadsherstel verwijderd (en komt helaas niet terug). In april 1998 begon de in- en uitwendige restauratie. Leerlingen van de SVB (Stichting Vakopleiding Bouwbedrijf) werkten bij de restauratie onder leiding van het aannemingbedrijf J. Kneppers b.v. en werden opgeleid tot restauratietimmerman of metselaar. Zodoende was sprake van een leerlingenbouwplaats, waar de leerlingen leren omgaan met materialen en constructies uit het verleden. Specialistenwerk echter was het herstel van het rijke stucwerk van de gang. De vele lagen verf werden verwijderd en de scheuren in het stucwerk gedicht.

Schetsje uit circa 1900 van de oude gevel Ontwerptekening van Tobias Snoep

Ook het exterieur werd aangepakt, op spectaculaire wijze. Stadsherstel had in de tuin een borstbeeld gevonden. Het werd al spoedig duidelijk dat dit het originele borstbeeld van de topgevel was; het enige nog aanwezige deel van de oorspronkelijke gevelbekroning. Besloten werd de top opnieuw te hakken. Maar hoe kom je erachter hoe de oorspronkelijke top eruit heeft gezien? Er was een foto in het Gemeentearchief van de Kalkmarkt beschikbaar uit de negentiende eeuw, waarop vaag de contouren van de halsgevel te zien zijn en een schetsje uit circa 1900 dat bij de bouwaanvraag voor het “onthalsen” van de gevel was gevoegd. Tobias Snoep kreeg de opdracht, de oude top opnieuw te hakken, maar moest eerst een ontwerp-tekening maken. Snoep: “Het is een interpretatie, maar geen fantasie. Aan de hand van enkele gegevens, zoals de datering van het pand, de afmetingen en verhoudingen van de topgevel en de schets en foto van de oude top kon ik een tekening maken.” Als voorbeeld van een vergelijkbare gevel uit dezelfde tijd werd de rijk gebeeldhouwde top van Damrak 8 genomen. Ook deze top heeft een driepasvormig fronton met borstbeeld en klauwstukken met siervazen en lambrequins. Snoep heeft de toen gebruikte vormentaal genoeg in de vingers om aan de hand van deze gegevens de halsgevel volledig te reconstrueren. In maart 1999 kwamen 28 op maat gezaagde blokken Frans kalksteen binnen, totaal gewicht 14.500 kilo. In plaats van zandsteen, het gebruikelijke materiaal, waarvan Amsterdamse geveltoppen zijn gemaakt, werd kalksteen toegepast, omdat met zandsteen niet meer gewerkt mag worden. Snoep heeft hier geen problemen mee: “Negentig procent van de toppen in Amsterdam zijn geschilderd, dus veel maakt het niet uit. Vroeger werd ook het materiaal gebruikt dat voorradig was. Er is een ontwikkeling in het gebruik van natuursteen van tufsteen via zandsteen naar graniet en kalksteen. Als je een top schildert, komt het reliëf letterlijk beter uit de verf.”

Het opbouwen van de nieuw gehakte gevel in november 1999 (foto Stadsherstel)

In het atelier van Snoep werd van mei tot en augustus (vier maanden lang) door twee man in het kalksteen gehakt, waarna een Amsterdamse topgevel in 28 stukken gereed was (14 aan elke kant, het borstbeeld, het enige authentieke onderdeel, was nummer 15). De 6,3 m brede en 6 m hoge top weegt zoveel dat de gemeente het nodig vond dat twee extra heipalen onder de gevel werden aangebracht, een eis waaraan Stadsherstel voldeed. Er waren twee volle vrachtwagens nodig om de top van het atelier van Snoep naar de Kalkmarkt te brengen. Begin november werden de onderdelen (klauwstukken, siervazen, fronton, borstbeeld en versiering rond hijsbalk) in vier dagen tijd met een hoogwerker op de gevel geplaatst, de laatste fase van de anderhalf jaar durende restauratie.

Iedereen kan het resultaat met eigen ogen aanschouwen. Is hier sprake van geschiedvervalsing om een oude top in oude luister te herstellen? In de regel wordt een bestaande top, ook al is sprake van een bijvoorbeeld met rollagen verminkte top, in de huidige vorm behouden en wordt niet meer teruggegrepen naar een oudere toestand. Er is zelfs een periode geweest dat het woord “restauratie” taboe was; er mocht alleen nog worden gesproken van “conserveren”. Dat lijkt nu veranderd. Het resultaat is oogverblindend. Snoep: “Het is een golfbeweging. Men is weer toe aan verandering. Ik vind het overigens wel hypocriet dat Monumentenzorg toestemming geeft om de geveltop te reconstrueren, maar geen subsidie geeft.” De kosten van het opnieuw hakken van de top worden betaald door de Vereniging Vrienden van Stadsherstel.

Walther Schoonenberg

Tobias Snoep aan het werk in zijn atelier

Tobias Snoep

Tobias Snoep (43) kwam als 18-jarige in de leer bij Hans ’t Mannetje in het restauratie-atelier Uilenburg (thans het Nationaal Restauratie Centrum). In 1987 ging het bedrijf Snoep & Vermeer van start, het bedrijf van Tobias Snoep en de in 1996 overleden Wim Vermeer. Tobias Snoep kan als de opvolger van Hans ’t Mannetje worden beschouwd. Hij is de belangrijkste “versierder” van Stadsherstel en heeft al vele projecten gedaan, zoals recentelijk het fronton en de dakkapel van Haarlemmerstraat 1, de klauwstukken van Binnen Brouwersstraat 22, de complete top van Herenstraat 36 en de restauratie van de oude halsgeveltop, geplaatst op Nieuwe Nieuwstraat 19 (zie Binnenstad nr. 179, nov. 1999, blz. 109). Hij hakte ook gevelstenen, zoals de Zantkuyl (zijgevel van Leliegracht 36) en de Jonkheer (Binnen Vissersstraat 9) en recent nog het herstel van het Amsterdamse stadswapen op de Sleutelbrug (de brug over de Oudezijds Voorburgwal bij de Grimburgwal). Snoep is van mening dat de praktijk-kant van de Monumentenzorg dreigt te verdwijnen: “Machinale steenverwerkers zijn niet meer bezig met het ornament. De theoretische kennis is volop aanwezig, maar degenen die het kunnen maken, zijn zeldzaam. Degenen die het nog wel weten, moeten hun kennis overdragen aan nieuwe generaties ambachtelijke restaurateurs. Er is een structureel gebrek aan inzicht, zodat hiervoor actie nodig is. Waarom niet een school oprichten om mensen die kennis bij te brengen, vergelijkbaar met de leerlingenbouwplaats van het VOC-schip of de klipper Amsterdam? Dat is hard nodig, omdat de laatste restjes kennis die nog aanwezig is niet verloren mogen gaan.”

(Uit: Binnenstad 180, jan. 2000)